Written by

Als ik terugkijk, voelt mijn leven soms als een lange gang met één lamp die altijd net verkeerd hing. Alles wat ik deed, elke keuze, elke relatie, elke angst, werd vervormd door een schaduw die ik sinds mijn jeugd al met me meedraag.

Dat jeugdtrauma het zat niet alleen in mijn herinneringen. Het zat in mijn reflexen. In hoe ik mensen wantrouwde nog voor ze iets fout deden. Hoe stilte voor mij nooit gewoon stilte was, maar een dreiging. Ik leefde niet echt vooruit, ik reageerde voortdurend op iets dat allang voorbij was. Alsof mijn verleden telkens opnieuw op ‘play’ werd gezet zonder dat ik het kon stoppen.

Jarenlang heb ik geprobeerd om die schaduw kwijt te raken. Drank, drugs, therapie, afleiding, hard werken. Zelfs ontkennen. Ik vocht tegen een vijand die geen vorm had, geen vaste plek. Hoe harder ik vocht, hoe groter die schaduw leek te worden. Dat is het verraderlijke eraan. Een schaduw groeit niet omdat hij sterker wordt, maar door het licht erachter dat verkeerd staat.

Dit inzicht kwam pas laat in mijn leven.

Op een dag besefte ik dat ik niet tegen mijn trauma vocht, maar tegen de projectie ervan. Die schaduw was geen vijand die ik kon verslaan. Het was een gevolg. Een bijproduct van iets diepers, iets wat ik zelf min of meer onbewust in stand hield.

Trauma’s zijn als schaduwen. Ze verdwijnen niet. Ze horen bij je vorm, bij wat je hebt meegemaakt. Je kan ze niet vastpakken, niet wegduwen, niet oplossen zoals een probleem. Maar wat je wel kan doen, is kijken naar het licht dat ze veroorzaakt.

Voor mij betekende dat stilstaan bij hoe ik naar mezelf keek. Hoe streng ik was. Hoeveel angst ik toeliet om mijn keuzes te sturen. Dat ‘licht’ was mijn overtuiging dat ik nog steeds dat kwetsbare kind was, dat alles opnieuw kon gebeuren. Dat ik geen controle had.

Langzaam ben ik dat licht beginnen verplaatsen en dimmen.

Niet in één grote beweging, maar millimeter per millimeter. Door anders te denken. Door zachter te zijn voor mezelf. Door situaties opnieuw te leren bekijken en vooral interpreteren. Door te beseffen dat ik vandaag wel keuzes heb.
En iets bijzonders gebeurde.

De schaduw bleef. Maar hij verschoof. Werd kleiner. Minder scherp. Soms valt hij nu zelfs achter mij, in plaats van voor mij.

Ik heb geleerd dat ik zelf de lichtsterkte kan sturen. Dat niet elke herinnering vol in de spotlights hoeft te blijven staan. Dat ik mijn aandacht kan richten, kan sturen. Niet altijd, maar wel genoeg om het trauma leefbaar te houden.

Mijn trauma beheerst nu mijn leven niet meer. Het loopt wel nog met me mee. Zoals een schaduw dat doet. Stil, onvermijdelijk, soms zichtbaar, soms bijna weg.

Maar ik ben niet langer bezig met de schaduw zelf. Ik werk met het licht dat hem veroorzaakt.


Ontdek meer van (On)gewoon Peter

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie