Mensen zeggen soms dat ik sterk ben. Een vechter. Iemand die altijd rechtkrabbelt. En eerlijk, daar zit wel wat waarheid in. Ik ben een trotse man en heb geleerd om door te zetten, zelfs wanneer het leven met zijn volle gewicht op mijn schouders hangt.
Wat mensen minder zagen, is hoeveel dat doorzetten mij gekost heeft.
Van buitenaf leek ik vaak iemand die bleef functioneren. Iemand die oplossingen zocht, verantwoordelijkheid nam, verder deed. Maar achter die buitenkant zat iemand die al vroeg beschadigd werd door jeugdtrauma. Een jongen die leerde dat kwetsbaarheid letterlijk en figuurlijk kan misbruikt worden. Dat je beter je tanden op elkaar zette dan je pijn en onzekerheid te laten zien.
Al snel kwamen daar drugs en alcohol bij. Niet omdat ik zwak was, maar omdat ik geen andere remedie had voor wat binnenin leefde. Verdoven werd overleven.
Op mijn 33ste kreeg ik de diagnose ASS. Voor de meesten was dat gewoon een label. Voor mij was het eindelijk licht in het donker. Dingen kregen een naam: overprikkeling, sociale onzekerheid, uitputting, het gevoel voortdurend alles te moeten compenseren om mee te kunnen in die vreemde wereld rondom mij.
Maar ook daarna bleef ik vaak de man die “het wel aankon”.
Bijna niemand zag hoe zwaar gewone dagen konden zijn. Hoeveel energie het vraagt om sociaal te functioneren wanneer elk geluid binnenkomt als een onweersstorm. Hoe vermoeiend het is om kalm te lijken terwijl je zenuwstelsel in opperste staat van alarm gaat. Hoe hard je glimlacht om toch maar niet te laten merken dat je eigenlijk ten einde raad bent.
Ik heb lange opnames in de psychiatrie achter de rug. Periodes waarin het leven niet meer draagbaar was en ik bang werd van mezelf. Dat zijn dingen waar mensen soms stil van worden omdat ze niet weten hoe daarop te reageren. Alsof opname betekent dat je gefaald hebt. Voor mij betekende het vooral dat ik te veel lang had geprobeerd sterk te zijn en hulp te vragen. Ik wou het altijd alleen doen.
Maar toch bleef ik vechten. Tussen de zware crashes door. Vallen en steeds weer opstaan.

Vandaag werk ik progressief 50% in de GGZ, bij de HerstelAcademie, als ondersteunend coördinator en trainer. En daar ben ik best fier op. Hoewel de weg ernaartoe geen recht pad is geweest, maar een kronkelweg vol vallen, terug opstaan, mensen opnieuw leren vertrouwen en vooral mijn verdiende plaats in de maatschappij blijven opeisen.
Trots dat ik destijds toch de opleiding ervaringswerker in de GGZ aan Thomas More ben gestart, niettegenstaande dat dit mij heel veel twijfel en onzekerheid gaf. En ik moet toegeven, de opleiding was geen evidente, maar ik heb me er toch maar mooi doorgeworsteld.
Ik ben tegenwoordig wel nog steeds snel overprikkeld. Sommige dagen kost functioneren meer energie dan mensen beseffen. Soms moet ik harder werken om “gewoon mee te draaien”. Maar vandaag weet ik dat ik niet alles alleen moet dragen, dat hulp vragen geen schande is.
Waarom niemand zag hoe slecht het echt ging?
Omdat ik geleerd had het te verbergen. Omdat trots soms een pantser wordt en veel mensen pijn pas herkennen wanneer die zichtbaar wordt. Omdat sommige mensen met verhoogde kwetsbaarheid proberen te glimlachen terwijl ze verdrinken.
Vandaag hoef ik minder te verbergen en mag mijn verhaal zichtbaar zijn. Niet als een thriller over mislukking, maar als een epos over herstel, menselijkheid en vooral over helden die ondanks alles wat ze hebben meegemaakt opnieuw blijven kiezen voor leven.
En misschien leest iemand dit die ook zegt: “Het gaat wel.”
Weet dan dat je niet hoeft te wachten tot het zichtbaar slecht met je gaat en helemaal vast komt te zitten. Praat erover met je huisarts, een goede vriend of een vertrouwenspersoon. Maar vooral, weet dat hulp vragen een teken is van sterkte, niet van zwakte!

Plaats een reactie