Sommige mensen praten over herstel alsof het een soort snelweg is: je neemt een beslissing, gooit je leven om en rijdt daarna alleen nog vooruit richting geluk. Misschien werkt het voor sommigen zo, maar bij mij heeft het daar nooit op geleken. Mijn weg naar herstel voelt eerder aan als leren omgaan met tegenstrijdigheden. Er zijn dagen waarop ik broodnodige rust ervaar, en toch kunnen er in diezelfde week, soms zelfs dezelfde dag, oude gedachten of gevoelens terug uit het niets opduiken.
Ik leef met psychische kwetsbaarheid en heb een verleden van verslaving. Lange tijd gebruikte ik alcohol en andere verdoving. Zeker niet voor het ‘plezier’, maar vooral om minder te denken en te voelen. Achteraf bekeken voelt mijn verslaving eerder een symptoom van het hoofdprobleem. Schaamte, voortdurende onrust en een fameus minderwaardigheidscomplex zaten er al veel langer. In het begin leek alcohol dat af te vlakken. Tot het moment waarop alles veel zwaarder begon terug te komen.

Vandaag gaat het op veel vlakken beter dan vroeger. Dat klinkt misschien bescheiden, maar ik bedoel het ook zo. Niet supergelukkig. Niet volledig hersteld. Gewoon… veel stabieler dan toen. Ik heb opnieuw contact met mensen die ik jarenlang uit de weg ging en heb op mijn weg naar herstel fijne nieuwe mensen leren kennen. Ik slaap over het algemeen beter, al blijven slechte nachten helaas soms terugkomen. Ik merk tegenwoordig dat kleine dingen opnieuw betekenis krijgen. Simpele dagdagelijkse ervaringen die vroeger aan mij voorbij gingen. Dat gekke kleine vogeltje dat mij elke ochtend komt begroeten. Een normaal gesprek voeren zonder achteraf elk woord honderd keer te analyseren. De buurvrouw die mij telkens uitbundig groet. Dat lijken banale dingen, maar ik denk dat veel mensen onderschatten hoe goed deze momenten kunnen voelen als je lang hebt overleefd in plaats van geleefd.
Toch blijven er moeilijke dagen bestaan. Dagen waarop ik wakker word met een zwaarte die nergens vandaan lijkt te komen. Soms heb ik nog altijd de neiging om weg te willen vluchten van mezelf. Niet terug naar drank of andere minder slimme oude gewoontes natuurlijk, maar wel naar alternatieve verdoving. Bezigheden als schrijven, mandala’s inkleuren, lezen… Dat verschil moest ik eerst leren begrijpen. Het verlangen gaat minder over het middel zelf maar over de nood om terug even rust in mijn hoofd te krijgen.
Vroeger zag ik herstel heel zwart-wit. Als het slecht ging, dacht ik meteen dat ik terug bij af stond. Dat hoor ik trouwens ook vaak in gesprekken tijdens mijn job als ervaringswerker in de GGZ: alsof een moeilijke periode alle vooruitgang uitwist. Een slechte week betekent niet automatisch dat alles verloren is. Meestal betekent het voor mij gewoon dat ik moe ben, overprikkeld en/of te lang heb gedaan alsof het wel ging. Dikwijls ook zaken die ik niet helemaal zelf in de hand heb, zoals de laatste weken door aanhoudende problemen met mijn pacemaker.
Wat mij het meest verrast heeft, is dat kwetsbaarheid tonen minder energie kost dan alles blijven verbergen. Jarenlang dacht ik dat ‘sterk zijn’ betekende dat ik niemand nodig mocht hebben. Maar dat werkte vooral isolerend. Pas toen ik opener begon te praten over mijn mentale gezondheid en mijn verleden, kwamen er gesprekken die echter voelden dan het oppervlakkige toneel dat ik daarvoor vaak speelde.
Niet iedereen begrijpt dat. Sommige mensen blijven verslaving bekijken als een gebrek aan karakter en wilskracht, of denken dat herstel iets is waar je gewoon even moet ‘doorbijten’. Ik vermoed dat dat voor buitenstaanders ook gemakkelijker te geloven is. Maar wie er middenin zit, weet hoe ingewikkeld het kan zijn.
Op goede dagen probeer ik stil te staan bij, en trots te zijn op, hoe ver ik al gekomen ben. Op slechte dagen probeer ik mezelf dan weer eraan te herinneren dat ik al veel zwaardere periodes heb overleefd waarvan ik ook steeds dacht dat ze me volledig zouden breken.
Misschien is dat tegenwoordig wel mijn idee van hoop geworden. Niet de gedachte dat alles ooit perfect of pijnloos zal zijn, maar het besef dat een mens toch verder kan leven, met littekens en zijn kwetsbaarheid die nooit helemaal verdwijnt, maar dat ook niet meer alles hoeft te overheersen.


Plaats een reactie