Er zijn periodes waarin je het gevoel hebt dat je leven vooral bepaald wordt door afspraken in het ziekenhuis en de vraag hoe je lichaam vandaag zal reageren. Dat is ongeveer waar ik nu sta.
Een jaar geleden kreeg ik een pacemaker. Zo’n toestel zou net voor rust moeten zorgen: een betrouwbaar vangnet dat mijn hart ondersteunt wanneer het dat zelf niet meer goed doet. Alleen loopt het anders. De pacemaker doet momenteel niet altijd wat hij zou moeten doen. Vooral bij inspanning maakt mijn hart soms vreemde sprongen. Mijn hartslag zakt plots terug waar hij eigenlijk zou moeten stijgen. Dat voel ik. Soms is het niet meer dan een ongemakkelijk moment, soms moet ik letterlijk stoppen waar ik mee bezig ben.
Alsof dat nog niet genoeg is, speelt ook mijn linkerknie me geregeld parten. Door artrose krijg ik ontstekingen die wandelen, fietsen of zelfs een gewone dagelijkse activiteit plots veel moeilijker maken. De ene dag lijkt het mee te vallen, de volgende stap ik weer voorzichtig omdat elke beweging protest uitlokt.
Lichamelijke klachten beperken zich helaas niet tot het lichaam alleen. Ze kruipen ook stilaan je hoofd binnen.
Wie mij kent, weet dat angstaanvallen nooit ver weg zijn. Ik heb geleerd ermee om te gaan en meestal lukt dat vrij goed. Maar een hart dat onverwacht vreemde dingen doet, is een ideale voedingsbodem voor angsten. Elke onverklaarbare hartslag, elke plotse terugval of elk vreemd gevoel in mijn borstkas zet mijn alarmsysteem op scherp. Mijn verstand weet dat het waarschijnlijk samenhangt met het probleem waarvoor ik opgevolgd word. Mijn gevoel trekt zich daar niet altijd iets van aan. Dat maakt het soms vermoeiend. Niet alleen omdat mijn lichaam energie vraagt, maar ook omdat mijn hoofd voortdurend probeert in te schatten of iets onschuldig is of niet. Die voortdurende waakzaamheid put me uit.
Toch probeer ik niet volledig in die cirkel terecht te komen. Daarom zoek ik de laatste tijd vaker de rust op bij goede vrienden in de Ardennen. In de stilte van de natuur. Daar lijkt alles net iets trager te gaan. Er is minder lawaai en meer ruimte om gewoon even te zijn.

De natuur geneest mijn hart niet. Ze laat de pijn in mijn knie niet verdwijnen en lost het probleem met mijn pacemaker al zeker niet op. Maar ze doet wel iets anders. Ze brengt mijn hoofd tot rust. Een wandeling tussen de bomen, het geluid van een beekje of gewoon stil op een terras zitten met mensen bij wie ik niets hoef uit te leggen, helpt om mijn gedachten weer wat in balans te brengen.
Misschien is dat momenteel wel de belangrijkste les die ik probeer te leren: aanvaarden dat herstellen niet altijd betekent dat alles weer wordt zoals vroeger. Soms betekent het zoeken naar een nieuw evenwicht, ondanks de beperkingen die er zijn.
Ik weet niet hoe lang deze periode nog zal duren. Hopelijk vinden de specialisten een oplossing voor de problemen met mijn pacemaker en krijg ik mijn knie weer wat meer ontstekingsvrij. Tot die tijd probeer ik mild te blijven voor mezelf. Niet elke dag hoeft een overwinning te zijn. Soms is het al voldoende dat je de dag doorgeraakt zonder jezelf te verliezen in alles wat je lichaam je probeert wijs te maken.
En als dat evenwicht vandaag niet lukt? Dan probeer ik het morgen opnieuw. Dat is geen opgeven. Dat is volhouden, op een manier die past bij wat mijn lichaam vandaag aankan.


Plaats een reactie