Ik ben niets. En eigenlijk vind ik dat tegenwoordig een behoorlijk geruststellende gedachte. Want hoe meer je iets bent, hoe meer er blijkbaar bij komt kijken. Een functie, een titel, een bepaalde status, een imago. En voor je het weet, moet je dat allemaal ook nog waarmaken. Als mensen vinden dat je iets voorstelt, gaan ze ook dingen van je verwachten. Presteren. Je bewijzen en doelen halen. En als je ergens geraakt bent, vooral zorgen dat je daar blijft. Ik heb daar eerlijk gezegd niet zoveel behoefte meer aan.
Ik hoef niet meer per se iemand te worden. Ik ben liever gewoon mezelf. Met mijn goeie kanten en eigenaardigheden, mijn geschiedenis en alles waar ik nog altijd niet zo goed in ben. Misschien is dat iets wat met de jaren komt. Misschien heb ik eindelijk door dat je niet voortdurend aan jezelf hoeft te sleutelen om een waardevol leven te hebben.

Mijn eerste 45 levensjaren waren, om het op zijn Vlaams te zeggen, overwegend ‘kak’. Dat klinkt misschien wat lomp, maar het dekt de lading beter dan een keurige omschrijving als ‘een moeilijke periode’. Ik heb in die jaren genoeg meegemaakt om er een serieus dik boek over te schrijven. Wie weet zelfs meerdere boeken. En ik zou daar ook alle reden toe kunnen hebben.
Toch heb ik daar tegenwoordig een beetje een andere kijk op. Ik kan namelijk twee kanten uit. Me blijven wentelen in wat er allemaal fout is gegaan. Blijven kijken naar wat me is aangedaan, wat ik gemist hebt, welke kansen ik niet gekregen heb. En ja, daar kun je waarschijnlijk een leven lang mee bezig zijn. Misschien krijg je er ook nog de nodige compassie voor. Mensen begrijpen het wel als je vertelt dat je het vroeger moeilijk hebt gehad. Soms heb je die compassie ook gewoon even nodig. Ik wil alleen niet dat mijn verleden mijn vaste woonplaats wordt.
Er is nog een andere mogelijkheid. Ik kan proberen iets met al die miserie te doen. Niet omdat het allemaal ergens goed voor ‘moet’ zijn, dat vind ik achteraf bekeken een nogal goedkope gedachte, maar omdat mijn ervaringen misschien wel bruikbaar kunnen worden voor iemand anders. Ik weet hoe het voelt om diep te zitten. Hoe eenzaamheid kan aanvoelen, ook wanneer er mensen rondom me zijn. En ik weet ondertussen dat je soms behoorlijk ver kunt afdwalen voor je weer een beetje richting vindt.
Als ik daar vandaag iemand anders mee kan helpen, al is het maar door te luisteren of door te zeggen: ik snap ongeveer waar je zit, dan geeft dat mijn verleden toch een andere betekenis. Niet noodzakelijk een mooie betekenis. Wel een nuttige. En daar heb ik de laatste jaren gelukkig steeds meer voor gekozen. Niet omdat mijn leven vanaf dan plots een happy end kreeg. Sprookjes bestaan niet.
De laatste maanden zijn voor mij behoorlijk zwaar geweest. Medische toestanden kunnen nogal in je hoofd kruipen. Zelfs wanneer je probeert er niet voortdurend mee bezig te zijn, zit het ergens op de achtergrond toch mee te draaien. Je lichaam kan je daar behoorlijk aan herinneren. Sommige dagen lukt het beter om dat allemaal van mij af te zetten. Andere dagen wat minder. Maar ik probeer mezelf tegenwoordig niet meer kwalijk te nemen dat ik daar last van heb. Tegelijk wil ik ook niet dat mijn medische problemen het hele verhaal worden. Want er is nog altijd meer.
Er zijn mensen met wie ik graag samen ben. Er zijn momenten waarop ik kan lachen. Een lekkere koffie op het juiste moment. Een gesprek dat onverwacht langer duurt dan gepland. En soms is er gewoon een dag waarop er niets bijzonders gebeurt en alles eigenlijk wel oké is. Vroeger zou ik zulke dingen misschien sneller als vanzelfsprekend hebben beschouwd.
Nu probeer ik ze bewust op te merken. Niet overdreven positief. Ik hoef mezelf ook niet wijs te maken dat alles geweldig is. Als je lichaam moeilijk doet, helpt het weinig om voor de spiegel te gaan staan roepen dat het leven fantastisch is. Maar er hoeft ook niet voortdurend een donkere wolk boven mijn hoofd te hangen. Dat evenwicht probeer ik te vinden.
En er is nog iets simpels waar ik de laatste tijd meer waarde aan hecht: met een glimlach op pad gaan. Niet zo’n gemaakte glimlach waarmee je de wereld moet laten zien hoe fantastisch het met je gaat. Gewoon een kleine oprechte glimlach. Omdat ik gemerkt heb dat mensen daar vaak op reageren.
Je zegt goeiedag met een glimlach en krijgt er eentje terug. Je maakt ergens een losse opmerking en plots ben je met iemand aan het praten. Een onbekende maakt een grapje. Jij lacht. Voor je het weet heb je een klein, prettig moment dat er vijf minuten eerder nog helemaal niet was. Het klinkt misschien onnozel maar toch geloof ik dat daar iets in zit. Een glimlach lost je problemen niet op. Mijn medische problemen verdwijnen er ook niet door. Maar hij kan wel een deur op een kier zetten. Soms is dat genoeg voor een onverwachte ontmoeting of een fijne situatie.
Misschien hoef ik uiteindelijk inderdaad helemaal geen iemand te zijn. Misschien is het zelfs bevrijdend om dat niet meer te moeten.
Ik ben niets.
En hoe langer ik daarover nadenk, hoe minder negatief die zin klinkt. Als ik niets hoef te bewijzen, vallen er ook een heleboel verplichtingen weg. Dan hoef ik niet voortdurend te voldoen aan het beeld van wie ik zou moeten zijn. Ik kan gewoon proberen ‘ne goeie mens’ te zijn. Iemand die, als het even kan, iets voor een ander betekent. Maar ondertussen ook zelf een beetje genieten van wat er op mijn pad komt.
Mijn verleden kan ik niet veranderen. Dat hoofdstuk ligt vast. Maar ik heb blijkbaar wel enige zeggenschap over wat ik ermee doe. Ik kan het telkens opnieuw oprakelen en mezelf vertellen hoe oneerlijk het allemaal was. Of ik kan ermee verdergaan.
Niet vergeten of ontkennen. Gewoon meenemen. En af en toe aan iemand anders proberen door te geven wat ik onderweg geleerd heb. Dat lijkt mij een redelijk goeie manier om verder te gaan. En dus niet als iemand die alles opgelost heeft. Gewoon als mezelf en niets meer. Eigenlijk is dat best fijn.
Met een glimlach.


Plaats een reactie