Eerst en vooral: ik heb niets tegen smartphones. Integendeel. Ik gebruik hem ook elke dag. Ik zoek er dingen mee op, stuur berichten, maak foto’s, luister naar muziek en regel er allerlei praktische zaken mee. Als je er even bij stilstaat blijft het toch wel een bijzonder machien. Een ongelooflijk kleine computer die je gewoon in je broekzak steekt.

Het probleem zat voor mij dan ook nooit in de smartphone zelf. Het zat in alles wat er voortdurend omheen hing. Een smartphone kan namelijk heel gemakkelijk van een handig hulpmiddel veranderen in een soort huisgenoot die je de hele dag komt storen. En bij mij begon dat behoorlijk op mijn zenuwen te werken. Altijd bereikbaar, altijd iets aan de hand
Een tijdje leek het alsof mijn telefoon voortdurend om aandacht vroeg. Een piepje. Een trilling. Een rood bolletje op een app. Een berichtje. Een mail. Een melding van een app waarvan ik me soms zelfs niet eens herinnerde dat ik die ooit toestemming had gegeven om mij lastig te vallen.
En wat doe je dan? Je kijkt natuurlijk even. Tenminste, dat maak ik mezelf wijs. Misschien staat er wel iets belangrijks tussen. Voor je het weet ben je vijf minuten verder en eigenlijk vergeten waarmee je bezig was.
Dat klinkt misschien wat overdreven, maar meldingen kunnen onze aandacht inderdaad gemakkelijk onderbreken. Onderzoek suggereert dat zo’n onderbreking zelfs invloed kan hebben op hoe goed we daarna weer verdergaan met waar we mee bezig waren. Maar eerlijk gezegd hoef ik daar geen wetenschappelijk onderzoek voor te lezen. Ik ken het verschijnsel gewoon uit mijn eigen leven. Je zit rustig een boek te lezen en pling. Je bent midden in een gesprek en bzzz. Je probeert ergens over na te denken en ineens verschijnt er iets op je scherm.
Misschien is het helemaal niet belangrijk. Misschien is het alleen maar iemand die een foto op Facebook heeft geliket. Maar mijn aandacht is ondertussen wel even ergens anders. En als dat de hele dag door gebeurt, begint dat op den duur behoorlijk op te tellen. Bij mij werd het overprikkelingen nutteloze afleiding.
Ik ben overgevoelig voor prikkels en merkte dat al die kleine onderbrekingen zich bij mij opstapelden. Niet omdat iedere afzonderlijke melding zo verschrikkelijk was. Het was vooral het feit dat er bijna nooit meer echt stilte was. Dat vind ik achteraf misschien nog het lastigste. Er hoefde helemaal niets bijzonders te gebeuren. Ik hoefde geen slecht nieuws te krijgen. Er hoefde niemand ruzie te maken. Het waren juist al die kleine dingen.
Het lijkt misschien onschuldig, maar honderd kleine prikkels kunnen samen behoorlijk veel worden. We praten vaak over smartphonegebruik alsof vooral het aantal uren naar een scherm kijken het probleem is. Dat zal ongetwijfeld een rol spelen, maar volgens mij is het geheel iets ingewikkelder. Je kunt ook overprikkeld raken van een telefoon die gewoon op tafel ligt, want alleen al het idee dat er ieder moment iets kan binnenkomen, zorgt ervoor dat een deel van je aandacht blijkbaar op die telefoon gericht blijft.
En daar kwam ik bij mezelf achter. Niet alleen mijn telefoon vroeg om mijn aandacht. Ik was mezelf ook gaan aanleren om mijn telefoon aandacht te geven. Dat vond ik eigenlijk nog confronterender.
Dus heb ik de rollen omgedraaid Tegenwoordig staan bij mij bijna alle meldingen uit. Niet een beetje uit. Gewoon uit. Punt!
Mijn smartphone hoeft mij niet meer voortdurend te vertellen dat er ergens iets gebeurt. Als iemand mij een bericht stuurt, hoeft dat voor mij niet te betekenen dat ik het binnen dertig seconden gelezen moet hebben. Als een app vindt dat ik iets interessants zou moeten zien, als een sociaal netwerk mij dringend iets wil laten weten, zal het daar ook nog wel zijn wanneer ik er zelf voor kies om te kijken.
Mijn telefoon ligt ook vaak buiten mijn zicht. Niet naast mij op tafel met het scherm naar boven, zodat ik bij iedere beweging kan zien of er toevallig iets verschenen is. Gewoon ergens anders. Dat lijkt een kleine verandering, maar voor mij maakt het verschil. Als ik mijn telefoon niet zie, ben ik er ook minder mee bezig.
Het geluid staat meestal uit. Niet omdat ik onbereikbaar wil zijn. Als er iets is waarvoor ik echt bereikbaar moet zijn, kan ik daar natuurlijk een uitzondering voor maken. Maar ik wil niet meer dat iedere app kan beslissen wanneer ik uit mijn eigen gedachten word gehaald.
Daarmee wil ik niet beweren dat smartphones slecht zijn. Dat zou nogal kort door de bocht zijn. Ze hebben ons leven op veel vlakken ook gewoon gemakkelijker gemaakt. Ik hoef geen kaart meer mee te nemen als ik ergens naartoe ga. Ik kan iemand snel laten weten waar ik ben. Ik kan een foto maken, iets opzoeken, een route plannen of in een paar seconden informatie vinden waarvoor ik vroeger misschien een computer of telefoonboek nodig had.
Het probleem zit volgens mij eerder in het feit dat alles tegenwoordig om onze aandacht lijkt te concurreren. Onze aandacht is nu eenmaal niet oneindig. Iedere onderbreking vraagt iets van ons, ook al duurt ze maar een paar seconden.
En dan is er nog het gewoontegedrag. Hoe vaak grijpen we niet naar onze telefoon zonder dat er eigenlijk een reden voor is? Je staat ergens te wachten. Telefoon. Je zit op de trein. Telefoon.Je hebt eindelijk twee minuten niets te doen. Telefoon.
Misschien is dat wel een van de vreemdste dingen aan smartphones: ze hebben ons niet alleen toegang gegeven tot eindeloos veel informatie, maar lijken ons ook een beetje verleerd te hebben hoe we met verveling moeten omgaan.
En sociale media maken het natuurlijk niet eenvoudiger. Hun verdienmodel draait voor een groot deel om onze aandacht. Dat hoeft niet automatisch te betekenen dat er een kwaadaardig plan achter iedere melding zit, maar het lijkt me ook naïef om te denken dat al die meldingen, aanbevelingen en eindeloze feeds volledig toevallig zijn. Hoe langer we blijven kijken, hoe waardevoller we voor zulke platforms zijn. Dat is gewoon een feit.
Ik merk gewoon dat ik meer rust ervaar wanneer mijn telefoon niet voortdurend om mijn aandacht vraagt. Ik wil mijn smartphone gewoon terug op zijn juiste plaats zetten. Voor mij hoeft het dus geen digitale kruistocht te worden en ga hem al zeker niet begraven in de tuin. Ik wil hem gewoon weer gebruiken waarvoor ik hem nodig heb.
Dat betekent voor mij: Meldingen en geluid meestal uit. Telefoon buiten mijn zicht en ik wil zelf bepalen wanneer ik kijk. En vooral: niet iedere keer automatisch kijken omdat er toevallig iets gebeurt.
Dat laatste vind ik misschien nog het moeilijkste. Want het gaat uiteindelijk niet alleen om de instellingen van je telefoon. Het gaat ook om je eigen gewoontes. Ik betrap mezelf soms nog altijd op dat gedachteloze grijpen naar mijn smartphone. Dan zit ik bijvoorbeeld ergens te wachten en merk ik ineens dat mijn hand alweer naar mijn jaszak gaat.
Ik gebruik mijn smartphone zoals de meesten nog steeds. Iets meer dan ik soms zou willen toegeven. Maar er is voor mij wel een belangrijk verschil gekomen.
Mijn smartphone mag in mijn leven zitten, maar ik wil niet leven volgens het ritme van meldingen, apps en sociale media. Ik wil zelf bepalen wanneer ik bereikbaar ben, wanneer ik kijk en wanneer het gewoon even stil mag zijn. En eerlijk gezegd voelt die stilte tegenwoordig soms als een welgekome luxe.


Plaats een reactie